Koek en Zopie

Koek-en-Zopie is onverbrekelijk verbonden met het ijs. "Leg eris an!" riep de 'tenter' van uit zijn stalletje. Dat stalletje was ooit echt een tent, zoals een Indianentipi. Drie stokken met een zeildoek en een fles als uit uithangbord.

De tentjesbaas

'Leg eris an!' roept daar de tentjesbaas, terwijl hij een volle schep water uit een bijt in de melk gooit,' las ik in een 19e-eeuwse Leidse krant.

Rechts een koek-en-zopie op het Galgewater te Leiden begin vorige eeuw.

De vergunningswet

In 1883 kwam een nieuwe 'vergunningswet'. Dat maakte voor het schaatsen niet erg veel uit. Drank hoorde bij het schaatsen. Willem Floris Margadant, de oprichter van de Zuid-Hollandse IJsbond tekende dit gesprekje op:

Margadant: Een borrel alstublieft Tenter: Dat mag ik u niet schenken, maar mag ik u een borrel aanbieden? Margadant: Met genoegen (hij krijgt een Schiedammer). Mag ik u dit geven.... voor het weduwensfonds van uw personeel? Tenter: Dank u meneer, ik hoop het waar te nemen.

Sopie

Het was beslist geen melk, wat de oudste sopietentjes op het ijs serveerden. Een sopie is een soopje, een slokje, een borreltje. Op het ijs werd voor de negentiende eeuw veel gezopen, flink gegokt en gehoereerd. Het ijs viel namelijk onder land noch water en was dus vrij. De wet ging over verkoop van drank op het water en op het land, niet over drankverkoop op het ijs.

Menig schaatser verloor zijn evenwicht op het ijs. Huygens schreef: al was het ijzer zes keer zo breed, men bleef er niet op staan.

De dichter Hennebo schreef in 1817 een ode aan de jenever. Daarin speelt ook een sopieverkoper een rol. Hij roept tegen de schaatsers:

Za wakker vrienden, rust een poosje Hier is Jenever uit het Loosje;
Kom zet je wat op deze bank,
Hier heb je een halfje om een blank:
Jenever doet het zweten stillen,
En warmt hen die van koude trillen.