De Baanveger

Schaatsminnend Nederland heeft eeuwenlang de strijd aangebonden met de baanveger. De baanveger heeft op zijn beurt met alle middelen geprobeerd zijn hoofd boven water te houden. Soms goedschiks, vaak ook kwaadschiks. Doorgaans waren het werklozen die het geld hard nodig hadden om te kunnen overleven, en daarom zetten zij alle middelen in om hun doel te bereiken: de botte bijl! De baanvegers sloegen het ijs bij smalle passages of onder bruggen kapot, legden er planken overheen en vroegen voor deze 'dienst' een centje. En dat gebeurde bij elke brug en elke smalle doorgang.

En de schaatsers betaalden gedwee hun centen, ook al wisten ze dat ze bedonderd werden. Klagen had geen zin, je kwam er domweg niet langs. Deze praktijk bleef eeuwen voortbestaan, tot schaatsers zich aaneensloten in verenigingen en bonden. Betrouwbare baanvegers werden uit de lidmaatschapsgelden betaald om te vegen, de leden kregen vrije doorgang. De gemeentes stelden verordeningen op tegen het stukslaan van het ijs.

Baanvegerslied

Leg reis aan! Leg reis aan!
't leven is een gladde baan
Bittere borrels of melk en saffraan
Vegertjen, bind my mijn schaatsjens eens aan!
Ik heb het voor grote luî wel gedaan
Leg reis aan!
Bittere borrels of melk en saffraan.

Sommige baanvegers verichtten ook
hand- en spandiensten zoals onderbinden.
Hun vrouwen verkochten ondertussen koek
en melk. Zo kwam de familie Splinter door de winter.

Fragment van Baanvegerslied
van de Schoolmeester

BAENVEGHER


Ben ick der kind'ren vriend; voor Camerling der vissen
En gaen ick niet wel uijt, met veghen dwers en lancks:
Voor seker 'tsoete volck en weet mij niet veel dancks
Als ick 't Quicksilver van haer spiegel-glas kom wissen.

Huygens nam het op voor de baanveger. We moeten er ook van uitgaan dat de meeste baanvegers van goede wil waren. Helaas kregen zij vaak weinig geld in vergelijking met hun brutale collega's.