donderdag, maart 29, 2007
maandag, maart 26, 2007
Hollands ovaal
De droom van een ijsbaan in het Groene Hart komt dichterbij. Mogelijk in 2010, dat duurt dus nog een jaar of drie of vier. Hij gaat heten Dutch Oval. Wat een bijzonder rare naam is en waar Engelstaligen hard om zullen lachen. Om die rare Hollanders die hun taal zo walgelijk vinden.
zaterdag, maart 24, 2007
vrijdag, maart 23, 2007
woensdag, maart 21, 2007
Verenigingsbladen
Ik ben lid van drie verenigingen in de regio. Dat doe ik om ze te steunen. Vroeger was ik ook actief in de vereniging als trainer en als redacteur van het clubblad. Ik krijg nu nogal wat van die bladen en elke keer valt me weer op dat er iets fundamenteels mis is met die bladen. Ze bedienen maar een klein deel van de doelgroep.
De bladen gaan namelijk bijna volldedig over de wedtrijdrijders en niet over de breedtesport in de vereniging. Ik weet het wel sport draait vaak alleen om de besten, maar dat is verkokering van het blikveld. Zeker 80% van de leden heeft vrijwel niks aan het blad, ze gooien het 't ronde archief is (lees de prullenmand). Ik ook.
Toen ik in de redactie zat deden we het anders. We hadden een afsprak gemaakt dat niet meer dan de helft van de inhoud over het wedstrijdfront zou gaan. Uitslagen: twee pagina's was de limiet. De rest van het blad ging over schaatsten in de breedste zin van het woord.
dinsdag, maart 20, 2007
Bonkefeart
Elfstedenrijders opgepast! De vaarten en meren van Friesland krijgen hun oorsponkelijke namen terug. De Zwette wordt Swette, de Bonkevaart wordt Bonkefaert. Doodsimpel eigenlijk dat Fries, het is Nederlands met een spraakgebrek. Maar je kunt straks evengoed weer verdwalen als je de namen van de ijswegen niet goed uitspreekt, want die Friezen sturen je dan alle kanten op!
Dus ik zou maar vast gaan oefenen met deze kaart. Ach de volgende tocht is toch pas 23 februari 2015.
zaterdag, maart 17, 2007
Jan Maarten Heideman
Hij is inventief en creatief. Hij is een doorzetter. Ik heb veel respect voor Heideman. Maar er zijn ook dingen die ik minder goed begrijp. Bij Heideman hangt de godsdienst zwaar onder de hanenbalken. Jezus sloeg de woekeraars uit de tempel.
Ik kan Heidemans innige relatie met Dirk Scheringa niet helemaal plaatsen. Ja het is zijn sponsor en wiens woord men eet... om de Bijbel hier nog maars eens aan te halen.
Scheringa is onder meer eigenaar van Frisia-bank (snel veel geld lenen, maar owé als je niet meer kunt aflossen). Door zijn aandelen-leaseproducten zijn veel mensen in financiële problemen geraakt. Heideman, Heideman!
vrijdag, maart 16, 2007
Schaats verder
Het seizoen is voorbij, het ijs dooit weg. Niet getreurd, want ING heeft een schaatsspel gemaakt zodat je kunt blijven rijden in de zomer. Je vindt het bij Retecool en je kunt er een Ipod mee winnen.
donderdag, maart 15, 2007
Afscheid van de reclamezuilen
Vanavond voor het laatst toch nog even gereden. Ik reed ik een minuut of twintig achter de tekst Ik ben een van de bouwers. Ik had steeds de neiging te zeggen: dus niet Bob de Bouwer?
Mannen en andere kinderen dragen graag reclamekleding tijdens het sporten. Van kinderen begrijp ik dat goed: je krijgt zo'n pak als je goed presteert. Het is dus status, hoewel het wel vreemd is als je een meisje van tien in een jaren zeventig ontwerp met daarop de tekst Dé Loodgieters ziet rondrijden. En alle loodgieters, tuinders en bouwers lachen zich een hoedje, één keer investeren en je hebt jarenlang lol.
Gelukkig zie je bij wielrijders steeds vaker mensen in neutrale kleding rondrijden. Want die knalgele of zelf roze pakken in de duinen is absoluut geen gezicht.
dinsdag, maart 13, 2007
Kramer wereldberoemd in Nederland
De Amerikanen beschouwen de WK-afstanden als het echte WK. De Nederlanders vieren hun feestje op de WK-vierkamp. Ook kramer vond de WK in Thialf het hoogtepunt van dit jaar. Wie is Kramer?
Ik heb wat de Amerikaanse sites gezocht, maar Amerikanen gaan voor de afstanden tot en met de 1500 meter. Wust kennen ze, Kramer? Geen idee. Alleen Nederlandse malloten rijden lange afstanden. In volledig stilte ging Kramer op de 5k over de streep. Bizar!
De Amerikanen rijden hard en kort. Liefst ook nog eerder tegen de tegenstander dan tegen de klok. Je ziet het aan Hedrick, hij wil vooral zijn rit winnen. Dat zit natuurlijk ook wel een beetje in de Amerikaanse geschiedenis: het packstyle racen dat nog ongekend populair is in de States. Met zijn allen tegelijk weg. Geen slecht idee.
Ik zou zeggen om er wat meer leven in te krijgen: laat 500 meters rijden als afvalrace. Man ten man, de besten komen daarna tegen elkaar uit. Ten slotte is er dan een glorieuze winnaar.
zondag, maart 11, 2007
zaterdag, maart 10, 2007
Exit ploegachtervolging
Het is gedaan met de ploegachtervolging. Vanavond rijden de dames op de WK niet meer rechtstreeks tegen een andere ploeg, maar gewoon tegen de klok. Dat is erg jammer. Het was nou juist zo spectaculair zo’n afvalrijderij.
vrijdag, maart 09, 2007
Wüst
"She skates like a man! And that's a compliment!"
Catriona LeMay-Doan over Ireen Wüst.
Vanaf het moment dat vrouwen aan sport gingen doen, zijn dergelijke uitspraken gedaan. Ook en vooral door vrouwen en kennelijk nog steeds. Aan de andere kant heeft sport een grote aantrekkingskracht gehad op jongensachtige meiden. Zij gingen doen waar ze goed in waren en kregen daar ook de waardering voor die ze buiten de sport misten.
Toch moest ik bij deze uitspraak (dank JoJanneke) direct denken aan Foekje Dillema die slachtoffer werd van zo'n uitspraak van Fanny Blankers-Koen. Koen weigerde tegen Foekje te lopen met het argument: 'Ik loop niet tegen een vent'. Dillema ging ten onder.
donderdag, maart 08, 2007
zondag, maart 04, 2007
vrijdag, maart 02, 2007
Coen de Koning en de drank
Uit Joris van den Bergh, Mysterieuze krachten in de sport:
Wat dit betreft staat ons een buitengewoon frappant geval ten dienste. Juist toen wij de drie voorgaande pagina's van dit schriftuur hadden geschreven, hadden wij een ontmoeting met C.C.J. de Koning, met Coen de Koning, die jaren lang niet alleen de beste hardrijder op de schaats van Nederland is geweest, doch die ook - in 1905 - het wereldkampioenschap veroverde, die het werelduurrecord op de schaats verbeterde en het bracht op 32 km 370 meter, (het wereldrecord staat thans nog op zijn naam), die in grote buitenlandse tournooien brillante overwinningen boekte en ten slotte op rijpere leeftijd - immers 33 jaar en 38 jaar oud - nog tweemaal winnaar werd van de zo zware Friese Elfsteden-wedstrijd, ....wij herhalen, juist toen wij de pagina's hadden geschreven, die over het onderhavige proces handelen, hadden wij een ontmoeting met Coen de Koning, die terloops naar onze arbeid informeerde. Wij deelden hem mede, wat wij onder handen hadden en tot hoever wij gevorderd waren en toen zei hij: ‘Dat is merkwaardig, daar kan ik een staaltje van vertellen, dat de moeite waard is.’
Het trof ons zó, dat wij Coen, toen hij zijn verhaal ten einde had, hebben verzocht, of hij het ons zwart op wit wilde geven en de volgende dag kwam hij met het geschreven relaas op de proppen. Wij laten het hier volgen: ‘Je weet, dat ik van huis uit stucadoor ben en dik veertig jaar geleden, toen ik in het stucadoorsvak begon, waren er in de arbeiderswereld, en vooral in de bouwbedrijven, toestanden die op dit moment ongelofe-
[p. 166]lijk klinken. Er werd niet gedronken, maar gezopen; het zat er zó in, dat je niet beter wist, of het hoorde zo; in ieder geval je deed mee, ook al doordat je het nodige te verduren kreeg, wanneer je niet mee deed. 's Ochtends om 6 uur begonnen we te werken, maar om 5 uur gingen de kroegen open, speciaal voor de arbeiders die naar hun werk gingen, en er ging er niet een aan de slag, of hij had in zo'n kroeg 'n dubbele - 'n zogenaamde dikkop - achter z'n kiezen geslagen. Er waren er genoeg, die bovendien nog 'n dubbel maatje bij zich hadden en onder het werk werd er telkens 'n taaie gevat. Iedere dag werd er onder het werkvolk een gokje gemaakt, je weet wel, zo met streepjes op een dichtgevouwen papiertje met één streepje er tussen waar een balletje aan was getekend ('t had een gekke naam, dit gokspelletje, maar die zet je toch niet in het boek) en dan moest je om de beurt zo'n streepje aanschrappen en wie dan het streepje had gepakt, waar het balletje aan zat, die zat er voor 'n halve kan of voor 'n kan in. De duvelstoejager moest dan de jenever halen en zo werd er onder het werk gepimpeld. Ik dronk wel niet zoveel als de verstokten, maar ik kwam toch iedere dag aan m'n portie en dan kwam er nog bij, dat ik van de ochtend tot de avond pruimde en ook nog rookte. Er waren van die pakjes pruimtabak van Dobbelman, B.Z.K. geheten, die onder het werkvolk bar populair waren en ik pruimde maar liefst vier van die halve onsen in de week op. En als ik dan binnenwerk had of in de woonkamers stond te stucadoren, dan moest ik
[p. 167]het speeksel ook nog bij me houden, enfin je begrijpt het, ik was om zo te zeggen half doortrokken van de nicotine.
Toen op 'n dag, 't was winter, 't was in 1900 en ik had schaats gereden en Jan Banning, dien ken je toch wel, de bekende schaatsrijder, had me zien rijden - ik was toen 21 jaar - en Banning sprak me toen aan en zei: Coen! in die slag van jou zit wat, je moet 'm natuurlijk nog wat bijwerken en je moet van die Friese doorlopers af en op Noren leren rijden, ...als ik jou was, ging ik me toeleggen op het hardrijden, maar denk er aan jongen! dan moet het uit zijn met de alcohol, totaal uit, en dan moet het uit zijn met de tabak, anders wordt het niks met je. Enfin, ik loop er een tijd mee rond en ik laat me bepraten en ik zeg tegen mezelf: weg borrel, weg tabak, en Banning heeft me toen als sportman opgefokt.
Dat gaf me op het werk een klap van belang. Ik was de grootste dooievisjesvreter, die er op twee benen rondliep, ik was rijp voor het Heilsleger, je weet hoe dat gaat, ik kreeg het nodige naar mijn hoofd. Ik heb er toen dit op gevonden, dat ik het gokspelletje wel mee speelde en dat ik betaalde als ik verloor, maar dat ik nooit iets nam van de borrel, die ik had gewonnen. Dat vonden ze fideel en royaal en er waren er ook 'n paar, die zeiden, dat ik gelijk had, nu ik serieus aan sport ging doen, enfin, ze lieten me ongemoeid en toen ik later prijzen had gewonnen, vonden ze dat prachtig en toen begon er door dat goede voorbeeld uit de sport
[p. 168]bij enkelen hunner toch ook wat wakker te worden.
Achttien jaar lang heb ik toen voor de sport geleefd. Geen druppel, niet één druppel van welke alcoholhoudende drank ook is er meer over mijn lippen gekomen, en tabak heb ik niet meer aangeraakt, maar ik was zó aan het kauwen gewend, zo gewend iets in mijn mond te hebben, dat ik het niet zonder kon stellen en ik heb toen een grote benen knoop genomen en die had ik toen tussen mijn wang en mijn kiezen zitten, waar vroeger de pruim zat. Want kauw-gummi was er toen nog niet.
Achttien jaar lang offerde ik alles voor mijn sport en was zo ontzettend serieus, dat ik me kwaad maakte, wanneer ik een anderen sportman iets zag drinken of zag roken.
Ik slaap er goed van, zei er een.
Ik antwoordde: Om goed te slapen moet je doen wat ik doe. Ik was toen reiziger in rijwielartikelen geworden en ik had altijd als ik op reis ging van die trek-elastieken bij me, je weet wel, zo'n Sandow-apparaat, en dat schroefde ik dan vast op de deur of het deurkozijn van de hotelkamer en voor ik naar bed ging stond ik daar 'n half uur aan te werken en dan sliep ik als een os. En na het ontwaken dadelijk weer een half uur aan die dingen. Ik kan je hotels aanwijzen, waar de schroefgaatjes nóg in de deur zitten.
Maar nu moet je horen. Mijn broer trad bij de grote wedstrijden altijd als mijn helper op, hij wist hoe ongelofelijk serieus en solide ik was en op 'n dag wist hij
[p. 169]niet wat hij hoorde en had ik bijna de grootste ruzie met hem gekregen.
Het was in 1912 in Groningen, de avond vóór dat ik het Kampioenschap van Nederland had te rijden en dat viel dat jaar niet mee, want de tegenstanders waren veel jonger dan ik, dat scheelde wel tien jaar, en bij mij haperde er iets. Ik weet niet wat het was, ik was niet ziek, geen sprake van, alleen maar wat loom en lusteloos en het was net, alsof ik in iets behoefte had. Opeens zeg ik tegen mijn broer: “Ik moet bier hebben!” Mijn broer sloeg bijna achterover. Nu moet je goed verstaan, dat ik toen dertien jaar lang niets en niets had gedronken, geen druppel, er bestond om zo te zeggen geen alcohol meer voor me, mijn gevoel was op dat punt totaal afgestorven, morsdood, en daar vraag ik notabene de avond voor de wedstrijd om bier.
Mijn broer ging tegen me te keer, hij wilde het niet toestaan, en ik had lust hem op z'n gezicht te timmeren. Terwijl ik hem toch 'n dag te voren op z'n gezicht zou hebben getimmerd, als hij mij bier had willen geven.
Enfin, ik aan het bier. Het viel er in als een zegening. Ik werd 'n ander mens, als herboren. En toen ik naar bed ging, zei ik tot mijn broer: “Nu moet jij eens zien, morgen ga ik ze lekker allemaal kloppen en is het kampioenschap weer voor mij.”
Ik reed een beste wedstrijd en won met stukken.
Onmiddellijk daarna was ik weer de man, vijf jaar lang, die ik te voren dertien jaar lang was geweest. In die vijf jaar kwam er weer geen druppel over mijn lippen.
[p. 170]Snap jij dat nou? Snap jij nou, waar dat in zit?
Bijna 5000 dagen achter elkaar dronk ik niets en taalde ik er niet naar. Dan komt er een avond, vlak voor de wedstrijd, dat ik er naar hunker en me woedend maak, omdat ze het mij niet willen geven, en dan volgen er weer 1800 dagen, dat ik er niet naar taal.’
Tot zover Coen de Koning.
donderdag, maart 01, 2007
IJs
De vraag waarom we kunnen schaatsen op ijs is alleen theoretisch beantwoord. Eerst was er de visie dat er een dun laagje water op het ijs staat, daarna kwam de theorie van de knikkerbak: aan de bovenkant van het ijs liggen de moluculen vrij los.
Water is een vreemde stof, normaal gesproken zou het moeten zinken en niet drijven. Water zet namelijk uit als het bevriest. Voor ons is dat een gelukkie. Er is nieuw onderzoek naar de eigenschappen van water als het bevriest of onderkoeld raakt.
Lees: toverwater
Lees: ijs heeft een ruime kristalstructuur









