donderdag, maart 23, 2006

Voorbeeldfunctie kwijt

Schaatsland Nederland is voorbeeldfunctie kwijt, kopt de Volkskrant aan het eind van het seizoen 2005/06. Wel genoeg medailles op de Spelen, maar op de grote toernooien is het gedaan met de Nederlanders. Nederland is niet langer gidsland voor het schaatsen. Hoe zou het komen dat Amerikanen met zoveel gemak de Nederlanders klop geven?

Ik denk dat het komt omdat het schaatsen in Nederland vooral als techniek goed ontwikkeld is, maar niet als topsport. Wat je ziet is dat de nabijheid van ijs voorwaarde is voor prestaties. Veel grote rijders uit Nederland - ook uit onze geschiedenis - wonen dicht bij een ijsbaan: Kramer, van Gennip, Uytdehaage, Zandstra noem ze maar op.

Heel aardig als voorbeeld zijn Zandstra en Ritsma. Zandstra had een fabelachtige techiek, Ritsma niet, dat was een echte sportman: veel conditie, sterk als een beer een harde werker. Zo kon Ritsma aan de top komen (pas later heeft hij ook nog leren schaaten). Wat het schaatsen parten speelt is de ingewikkelde techniek.

Schaatsen is verdomd moeilijk. Fietsen is vergeleken met schaatsen een sport waar totaal geen techniek bij komt kijken. Schaaters fietsen, maar fietsers schaatsen niet. Het komt maar heel zelden voor dat een topwielrenner in de winter traint op het ijs. Schaatsen is technisch te ingewikkeld om er bij te doen.

Het zou als experiment wel aardig zijn om een jonge wielrenner die een groot talent heeft voor topsport op schaatsen te zetten. Maar ik vrees dat hij dat niet wil, hij doet er zeker twee jaar over om de techniek goed te leren.