De schaatswoordenaar
Welke omschrijvingen geven de woordenboeken van het woord schaats? In chronologische volgorde:
Calisch en Calisch, Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal
Schaats, v. (-en) platte houten schoen met ene ijzeren roede er onder, om snel mede op het ijs te loopen.
Woordenboek der Nederlandsche taal
Schaats, znw. vr. Mnl. scaetse. Ontleend aan 9noord.) ofr., escache, fr. échasse. Toestel dat men zich onder den voet bindt, om zich snel over het ijs te bewegen.
Koenen, verklarend zakwoordenboekje der Nederlandse taal (11e druk)
Schaats, v. instrument onder de voeten om op ijs te rijden.
Koenen, verklarend zakwoordenboekje der Nederlandse taal (20e druk)
Schaats, -en; v.(m.) glij-ijzer.
Van Dale, achtste uitgave
Schaats, v. (m)(-en) elk der beide geslepen ijzers, waarop men zich over het ijs voortbeweegt.
Van Dale digitaal
Schaats (de ~, ~en)onder te binden of aan een schoen vastzittend ijzer om zich snel over het ijs voort te bewegen.
Van Dale nu
Schaats (de; -en) voorwerp waarmee men zich over het ijs voort kan bewegen, bestaande uit een langwerpig geslepen ijzer, bevestigd in een houten of metalen voetrust die met banden of riemen onder de voet wordt vastgemaakt of met een schoen één geheel vormt.
Dus!
<< Home